De afgelopen weken zijn er drie moties in de Tweede Kamer aangenomen met betrekking tot inclusief onderwijs. Dit stemt ons hoopvol voor het Kamerdebat van 27 mei, waar de vijf adviezen op het gebied van inclusief onderwijs besproken worden. De LBBO heeft als (vice)voorzitter van twee themagroepen een actieve rol gespeeld in de totstandkoming van deze adviezen.
Inclusief onderwijs mag niet nadelig wegen in de beoordeling scholen
Scholen mogen niet langer worden afgerekend op het bieden van inclusief onderwijs. Een ruime Kamermeerderheid steunde op 3 maart 2026 de motie van Kamerlid Marjolein Moorman (GL-PvdA) aangenomen, waarin het kabinet wordt verzocht ervoor te zorgen dat het aanbieden van inclusief onderwijs niet langer nadelig uitwerkt in de beoordeling van scholen. De motie vraagt om de Inspectie van het Onderwijs opdracht te geven om bij de herziening van de onderzoekskaders expliciet aandacht te besteden aan dit risico.
De Tweede Kamer constateert dat scholen die bewust kiezen voor inclusief onderwijs vaker leerlingen opnemen met extra ondersteuningsbehoeften. Hierdoor kunnen zij binnen het huidige onderwijsresultatenmodel van de inspectie lager uitkomen op indicatoren als doorstroom, eindexamencijfers en de positie ten opzichte van het basisschooladvies. Volgens de indieners leidt dit tot onbedoelde prikkels die scholen kunnen ontmoedigen om inclusiever te werken. En dat staat haaks op de ambitie van een inclusieve onderwijssector.
Afwijkende onderwijsroutes en onderwijshuisvesting
Ook vindt de Kamer dat de keuze voor een andere onderwijsroute in het voortgezet onderwijs, zoals een meer praktische route, niet mag leiden tot een negatiever oordeel over scholen. Hiervoor is een motie van CDA-Kamerlid Armut Etkin aangenomen. In de huidige situatie kan een plaats van een leerling in het voortgezet onderwijs die afwijkt van het basisschooladvies hier nog wel aanleiding toe geven.
Daarnaast is een motie aangenomen van Doğukan Ergin (DENK) waarin het kabinet wordt verzocht te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om middelen voor onderwijshuisvesting (gedeeltelijk) te oormerken. Daarbij wordt gevraagd de juridische en financiële consequenties in kaart te brengen en te bezien hoe dit kan bijdragen aan het versneld terugdringen van de bestaande achterstanden in de onderwijshuisvesting.
Adviezen over inclusief onderwijs
Deze aangenomen moties stemmen ons hoopvol voor het Kamerdebat van 27 mei. Die dag zal de kamer reageren op de reactie van het ministerie van OCW op vijf adviezen op het gebied van inclusief onderwijs die in 2025 door verschillende onderwijspartijen, waaronder de LBBO, geschreven zijn. De LBBO heeft als (vice)voorzitter van twee themagroepen een actieve rol gespeeld in de totstandkoming van de adviezen over ‘Mindset’ en ‘Ondersteuningsstructuur in en om de school’.
Tijdens het Beleidsatelier Inclusief Onderwijs op 9 maart jl. nodigde het ministerie de LBBO en andere onderwijspartijen uit de praktijk uit om input te geven voor de beleidsreactie naar aanleiding van deze adviezen. Met ruim veertig collega’s uit het veld werd nagedacht en gesproken over inclusief onderwijs. De LBBO is blij dat OCW de beweging richting Inclusief Onderwijs zo in samenspraak met het veld oppakt en draagt hier als beroepsvereniging van begeleiders graag aan bij.
We gaan ervanuit dat de Kamerleden op 27 mei de adviezen net zo serieus nemen als de bovenstaande moties. Waardoor de visie op inclusief onderwijs en, mogelijk nog wel belangrijker, de kaders en wat ervoor nodig is scherper worden. Zodat alle schoolteams het vertrouwen krijgen om de volgende stappen te zetten richting inclusief onderwijs!